Geen jongere tussen wal en schip

Geen jongere tussen wal en schip

‘’Laat elk talent tot zijn recht komen’’. Zo begon ik mijn maidenspeech als nieuw Kamerlid. Als woordvoerder onderwijs geef ik me met volle overtuiging om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Ik ben er diep van overtuigd dat elke jongere moet knokken om het beter te krijgen. Je krijgt het niet gepresenteerd, een overheid faciliteert, zodat iedereen zoveel mogelijk gelijkwaardige kansen krijgt. In tijden van crisis is het makkelijk om achterover te leunen, maar je kunt ook blijven doorleren. Mijn ouders gaven me altijd mee dat niemand is uitgeleerd.

In tijden van crisis is een diploma halen via (om)scholing of opleiding een belangrijke manier om actief te blijven en je niet te vervreemden van de waarde van een opleiding of voldoende perspectief op een baan. Werkloosheid los je niet alleen op door geld rond te pompen, maar door een brede lokale visie op arbeid, onderwijs en hoe het bedrijfsleven zich regionaal ontwikkelt. Breng ondernemers en  gemotiveerde jongeren bij elkaar. Voor een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt zijn deze veldpartijen onmisbaar, om zo vraag en aanbod beter op elkaar af te laten stemmen voor duurzame banen.

Daarnaast kunnen gemeenten en scholen veel meer doen om een effectieve stageaanpak te realiseren om zo jongeren te ondersteunen bij het vinden van een stage in het beroepsonderwijs. Het is funest voor jongeren wanneer ze geen diploma kunnen halen, omdat er onvoldoende stages zijn. Juist in tijden van crisis moeten we iedereen erbij houden.   

Daarnaast is het blijven doorleren van belang. Voor aspirant-studenten mag worden verwacht dat zij zich goed voorbereiden op hun toekomstige studie en een goede keuze maken. Er komen voor toekomstige studenten daarom activiteiten die ervoor zorgen dat zij een betere studiekeuze kunnen maken. Zo krijgen alle toekomstige studenten een matchingsgesprek op de opleiding die zij willen gaan volgen. In dat gesprek wordt gekeken of de verwachtingen van de aspirant-student overeenkomen met de inhoud van de opleiding. Dit vind ik een goede ontwikkeling, want nu zie ik nog te vaak dat jongeren met een verkeerde verwachting aan hun opleiding starten en daardoor sneller kunnen uitvallen.

Daarnaast worden er extra eisen gesteld aan jongeren die doorstromen van het mbo naar het hbo of van het hbo naar het wo. Iemand met een mbo- of hbo-diploma mag niet zomaar iedere opleiding gaan volgen; de tweede studie moet logisch aansluiten op de eerste. Ik denk dat de juiste student zo op de juiste plaats terecht komt.

Ook wordt van de hogescholen en universiteiten gevraagd zich in te spannen om studenten goed te begeleiden. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van instelling en student dat de opleiding voorspoedig wordt doorlopen. Ik ben ook blij dat deze inspanningsverplichting voor hogescholen en universiteiten wettelijk wordt verankerd. Met een betere aansluiting van het onderwijs op arbeidsmarkt en een brede visie om jongeren te helpen bij het maken van de juiste keuze, laten we elk talent tot zijn recht komen.

 



Reacties